Eerste blogbericht

In dit blog komen al mijn interessegebieden samen. ik ben al begonnen met de opzet op 3 augustus 2017, maar er komt van alles tussendoor – tot nu, 31 augustus alweer . Dus dit is hier echt mijn eerste blogbericht. En de bijhorende foto, nou die is van WP en laat ik maar even zo. Lekker vrolijk!

bericht

Taxi-gesprekje

Ochtend.
We staan aan de rand van de rijweg.
Wat gaat het worden: bus (is nog ver weg) of taxi? Daar komt er één.
Een zwaai met de arm.
Ah, mooi. Deze taxi is leeg en hij stopt!
We stappen in.
‘Waarheen?’
‘Naar de vierde middelbare’.
De taxichauffeur denkt even na.
‘Aah, de vierde middelbare. Weet ik.’
Dat is Middelbare School Nummer Vier, waar onze school een verdieping huurt. Middelbare Scholen hebben geen naam hier, maar een nummer. De chauffeur bedenkt even welke route hij gaat nemen. In de ochtend is er overal wel file.
‘U spreekt heel goed Chinees.’ Ik heb alleen nog maar de bestemming gezegd. Een paar woorden.
Standaard antwoord is: ‘Nali nali’. Het stelt niks voor.

Soms blijft het daarbij, maar vaak gaat het gesprek dan verder. En na een minuut of tien weet deze taxichauffeur allerlei dingen van ons. Welk land – Holland. (oh, dat is lastig. Maar Europa kennen ze wel). Kinderen – vijf. Zooo! Zijn die hier? Nee in Holland. O, hoe oud zijn ze dan? Ben je toerist? O, wat voor werk, zeker leraar? Jazeker. Wat voor salaris? Daar praten wij westerlingen niet over. Heb je een huis hier? Ja. Gekocht of gehuurd? Gehuurd. O, hoeveel huur betaal je? Daar praten wij westerlingen…. Hoe lang woon je hier? Twee jaar!? En dan zo goed Chinees spreken? O, in Taiwan geleerd. Eet je Chinees of Westers? Ben je aan het weer gewend? Hoe oud ben je? Nou ja, daar wil ik eigenlijk niet mee te koop lopen. Dus soms ben ik een jaar of tien jonger en soms ben ik net zestig. Zestig? Dan zijn wij al met pensioen. Waarom werk je hier dan? Tsja, ik vind het gewoon leuk om hier te leven. O… Ik ga met pensioen als ik 55 ben. En hoe oud is je vrouw? Daar praten wij westerlingen niet over…!

Er rijden veel taxi’s rond op zoek naar een klant. Groene wagens met een rood lampje op het dashboard als ze vrij zijn. Zo gauw de klant zit wordt het lampje omgeklapt en begint de meter te lopen. De heenweg naar school in de vroege ochtend kost ons zo’n 13 kwai (€1,50), terug naar huis is er minder file en valt het goedkoper uit. De taxi van vanochtend heeft een boeddhabeeldje op zijn dashboard en een kralenketting voor gebeden. Aan het spiegeltje hangt een xiaobao (zeg: sjaubau): een klein zakje met spreuken en as van offers om bescherming te geven in het verkeer. De meeste andere taxi’s hebben dat niet, als de chauffeur een Chwee is. Een grote minderheid hier, die Moslim zijn.
Soms hebben we echt een leuk gesprek, doordat we (ik vooral) ook weer tegen vragen ga stellen. Zoals die ene keer met die jonge Chwee-chauffeur. Zijn vader was net zo oud als ik en was aan het sparen om naar Mekka te gaan. Voordat we uitstapten wilde hij heel graag een foto van ons nemen met hem samen.

En die andere keer, toen die vrouwelijke chauffeur zo opgelucht was dat we Chinees spraken. Want ja – Engels spreekt hier vrijwel niemand van de groene wagen rijders.

De zin van de zin

Bijbellezen is als een goede maaltijd gebruiken.

We verwachten iets dat voedzaam is, iets stevigs, iets dat past bij ons niveau, de dingen waar we mee bezig zijn. Maar vaak vinden we babyvoedsel. Teleurstellend. En dat ligt niet aan de bijbel, want die zit vol goede en stevige kost. Het ligt aan ons zelf. We moeten leren om niet aan de oppervlakte te blijven.

Als je na het eerste lezen van een tekst direct naar de toepassing gaat, blijf je vast zitten aan je eerste begrip van de tekst. De tekst blijft vlak en saai. Maar de bijbel is niet vlak en saai! Voor boeiende, opbouwende, aansprekende gedachten moet je de schatten uit de mijn halen. Die mijn zit vol met goud. Je kunt wel een beetje rondlopen, wat stof wegvegen en denken: zo, nu heb ik alles. Maar er is veel meer! Neem de moeite om door te gaan, verder te zoeken. Dat is hard werk, maar zo wordt je bijbel een bron van kracht en diepte voor je geloof. Je blijft niet bij babyvoedsel, maar je vindt stevige kost.

Dalen we af naar de mijn. De bijbel heeft 66 boeken. Boeken bestaan uit hoofdstukken en perikopen en die zijn weer opgebouwd uit verzen of bijbelteksten. De bijbeltekst heeft een betekenis in dat geheel van de boodschap. Een bouwsteentje, dat zelf weer is opgebouwd uit de onderdelen van elke zin. Werken in deze goudmijn betekent zoveel mogelijk details verzamelen. De toepassing of interpretatie leggen we even opzij. Eerst zien wat de tekst gewoon zegt. De zin van de zin ontdekken.

Daarvoor lezen we de tekst nog eens en nog eens en let je op details. Zo veel mogelijk details. Neem er de tijd voor. Elke zin heeft tientallen onderdelen voor je. Zoek, lees, kijk, schrijf de dingen op. Lees nog eens. Vind er nog een paar. Niet te gauw opgeven. Je breekt de tekst open, je graaft diep. Schrijf of print de tekst. Onderstreep, omcirkel, gebruik kleuren, trek lijnen. Onderzoek een woord op betekenis, op gebruik en de plaats in de zin. Leg verband tussen de woordjes in de zin. Waarom staat dat woord daar. Wat is de functie van dat voegwoord. Welke actie staat hier (werkwoord) en door wie wordt dat gedaan (onderwerp). Is er een doel, een oorzaak, een tegenstelling, een overeenkomst. Onze enige vraag is: wat zegt deze tekst eigenlijk. Wat is de betekenis.

In bijbelstudie ga je geregeld heen en weer. Je leest het grotere deel (paragraaf, hoofdstuk, het hele verhaal) om een goed overzicht te hebben.Hier zijn we bezig op micro niveau: werken met de kleinere delen om de bouwstenen (de zinnen) goed te begrijpen.

De zin van de zin begrijpen…

Knikje-ja

Hij kwam binnen met een begeleidster. Grote, zware kerel. Jaar of achttien. Capuchon op. Schouders opgetrokken. Ogen op de grond gericht. Eén en al gespannenheid.

Zij liep meteen naar ons toe met een papier. Ze mocht officieel erbij zijn en ging schuin achter hem zitten. Toen hijzelf zat keek hij schichtig om, ter controle of ze er wel zat. Zijn veiligheid.

Mijn collega schraapte zijn keel. Hij las hardop het titelblad van het verslag, heette hem welkom en stelde de eerste vraag. Hoe heet het bedrijf waar je hebt stage gelopen? De grote, zware jongeman kromp in elkaar, barstte in snikken uit, stond abrupt op en liep huilend naar de deur. Ik kan het niet! Meteen liep zijn begeleidster achter hem aan. Met sussende woorden hield ze hem in het lokaaltje, steeds omkijkend en vragend knikkend naar ons. Wij zaten aan onze stoel genageld. Knikten haar vriendelijk toe. Laten we het nog eens proberen.

Ik overlegde met mijn collega. Hij was regulier, ik speciaal. Een combinatie die vaak wordt gemaakt bij de staatsexamens. Zal ik de vragen stellen. Is oké. Bij intuïtie voelde ik: stel ja- en nee-vragen en laat hem met hoofdbeweging antwoorden. Dan hoeft hij niet te praten en krijgt hij zwart-witte, concrete vragen. Dat is wat het begeleidend schrijven zei: autisme, stel concrete, gesloten vragen.

De begeleidster kreeg het voor elkaar. Hij zat weer voor ons aan het tafeltje. Nog meer in elkaar gedoken. Ogen op de grond.  Ik stelde hem mijn aanpak voor en vroeg of hij dat aan kon. Knikje-ja. Dus je hebt bij De Boer stage gelopen. Knikje-ja. Volgende vraag. Nee-schudden. Weer een vraag. Knikje-ja. En zo verder. Langzamerhand ging hij meer rechtop zitten. Tegen het eind keek hij me zelfs even snel aan. Opgelucht het lokaaltje uit met een half opgeluchte, half nog steeds bezorgde begeleidster. Hoe zouden de heren het beoordelen?

Nou dat is dik onvoldoende. Zei Regulier. Welke vragen heeft hij fout beantwoord dan? Vroeg Speciaal. Gaan we zijn stress of beperking beoordelen? Dus als we dat wegstrepen wat houden we dan over? Brug slaan tussen Regulier en Speciaal Onderwijs. Gaat de leerling er over naar een certificaat? Regulier ging akkoord: klein zesje voor maatschappijleer.

In de gang overtrad ik de regels. Een geruststellend knikje-ja. Komt goed – tegen de begeleidster. Ik weet van mezelf hoe intens we meeleven met onze bijzondere leerlingen.

Leraren Speciaal Onderwijs.