Taal = klank en teken

Natuurlijk hebben we het over de (Mandarijn-) Chinese taal. Voor Engelstaligen de moeilijkste taal. Misschien ook wel voor de Nederlanders.

Huawei

Begin 2019 was er veel te doen over het Chinese bedrijf Huawei. Veel landen met de VS voorop twijfelden aan de betrouwbaarheid van Huawei’s apparatuur. Ze meenden dat daar misschien wel afluisterapparatuur in zat van de Chinese overheid. Bewijs is nog steeds niet geleverd, maar het paste goed in de handelsoorlog tussen de VS en China.

Thuis moesten wij lachen om de manier waarop de naam uitgesproken werd op de televisie: ‘huu – aa – wij’. Hoe Nederlands kun je zijn. Engelse en Franse klanken laten we in hun waarde, maar Chinees…? Dus hoe gaat dat dan? Het begint met de keelklank voor g, daarna de w en dan de aa: ‘gwaa’. En wei is niet wij, maar ‘wee’. Dus samen: ‘gwaawee’.

 

Pinyin

Half januari 2017 lazen we in de kranten dat ‘de vader van het Chinese ‘pinyin’ is overleden’. Meneer Zhou (‘Zo’) ontwierp dit systeem voor de Chinezen in opdracht van de nieuwe, communistische regering. Het is nu zo algemeen in gebruik, dat het ook bij de invoer in computers dagelijks gebruikt wordt. Daarmee is het analfabetisme in China op grote schaal teruggedrongen. Al is voor ons het gebruik van de ‘X’ (voor de  s-klank) en de ‘Q’ (voor de tsj-klank) wel even wennen.

Wij woonden drie jaar in Xining (Sie-nieng) in de provincie Qinghai (Tsjieng-haai). Als ik op m’n Ipad het keybord op Chinees aanzet en ‘xining’ intik, geeft het mij direct de keuze uit verschillende Chinese tekens. Wanneer je de Chinese karakters kent, kun je zo prima een brief schrijven, zonder zelf te struikelen over de juistheid van het aantal en de vorm van de streepjes en puntjes in een karakter.

 

Yale en Bopomofo

Voor sinologen en militairen had de Yale-Universiteit in de VS al zijn eigen Yale Romanization ontwikkeld, gebaseerd op het Engels. Dat was in 1978 voor Rianne en mij de kennismaking met de Chinese taal in Taiwan. Eerst woorden en zinnen leren in Yale, daarna in karakters. Net als Chinese kinderen leerden we later de onderdelen van de karakters in de juist volgorde te schrijven. Veel oefenen. Wat een werk.

Zelf hadden de Chinezen bovendien al een eenvoudig fonetisch systeem ontwikkeld van 37 tekens, waarmee alle Mandarijn-Chinese woorden genoteerd konden worden. Net als het abc bij ons werd dit ‘bopomofo’ genoemd, naar de eerste (vier) tekens.

 

Foto

Op de foto zie je vier Chinese Bijbels. Van links naar rechts: een Pinyin Bijbel, een Yale Nieuwe Testament, een Bijbel in de nieuwe, vereenvoudigde karakters en op het rode kaft lees je: de gehele Bijbel, Oude en Nieuwe Testament in bopomofo. Bij alle vier is ook de Engelse tekst toegevoegd. De Yale is veel door ons gebruikt in gespreksgroepen met Chinezen. De andere boeken zijn meer voor eigen studie. Want met deze taal blijf je je leven lang doorstuderen.

 

Journaal bijhouden …

Eind januari haalde ik een besteld boekje uit mijn brievenbus: “Journaling”, van Adam L. Feldman. De ondertitel maakte me nieuwsgierig: ‘Catalyzing spiritual growth through reflection’. Feldman is een kerkleider in Maryland, Amerika en is ook actief op Facebook en met een eigen blog http://www.adamlfeldman.com Het boekje sprak me meteen aan door de praktische opzet ervan: waarom, wat, hoe, wanneer, wie, waar en ten slotte reflectie – de weg van journaling. In 124 bladzijden word je helemaal bijgepraat.

17 oktober 1973 was het, toen ik zelf weer begon met mijn journaal-schrift. Het was het tweede. Het eerste had ik helaas weggegooid, omdat er te veel liefdesperikelen in stonden rond een verre, onbeantwoorde verliefdheid. Er stonden ook andere dingen in en vandaar mijn spijt, die was ik kwijt. Inmiddels heb ik zes dikke gelinieerde schriften met een hard kaft van elk minstens 80 bladzijden. Ik gaf ze ook een titel, zoals Harteroerselen en Levenslessen. Soms schrijf ik elke dag, soms lange tijd niets. Ik begon met het opschrijven van wat ik ter harte wilde nemen uit een preek op de zondag. Later kwamen daar ook andere dingen bij. Vooral het zoeken naar ‘de weg’ (zoals waar gaan we wonen?) en het ontrafelen van ingewikkelde kwesties. Het overdenken van zaken in relaties en geloof had ook een groot aandeel. Maar bovenal luchtte het me vaak op om dingen op te schrijven. Hartedingen.

In de Bijbel staan ook veel hartedingen. Dingen die niet vergeten moeten worden. Zo is het Paasfeest niet alleen een herdenking van de uittocht uit Egypte, maar ook een verwachting van de vervulling van Gods beloften. Zo ook het avondmaal, dat ingesteld is als een ‘gedachtenis aan het werk van Christus’ (1Cor.11:24) en een uitzien naar de nieuwe hemel en aarde. Abraham gaf een berg de naam Jireh, ‘De Heere zal er in voorzien’. Dat was ter herinnering aan een ingrijpende gebeurtenis: het offer van een lam in de plaats van zijn zoon Izak. Zo kan ook een journaal je helpen om terug te denken aan wat God gedaan heeft en je concrete en persoonlijke punten geven van dankbaarheid.

Het overdenken en beschrijven van ontwikkelingen in je leven en die in je journaal zetten, dat kan je helpen te onderscheiden hoe God zijn werk heeft gedaan in je leven. En het kan je bewust maken, dat God werkelijk aanwezig is en betrokken bij je leven van alledag. Daarom is het goed om geregeld stil te staan bij je ervaringen in de tegenwoordigheid van de Heilige Geest om daar van te leren. Met een journaal bijhouden – schrijft Feldman – help je jezelf onderscheid te maken in de kwaliteit (de waarde) van je ervaringen, te midden van de kwantiteit ( de hoeveelheid) van gebeurtenissen. Zo helpt het je om de grote besluiten te nemen en ook Gods leiding in je leven te ontdekken. Bovendien leer je om transparant te zijn in heel persoonlijke zaken, doordat je frustraties en diepe gedachten leert te uiten door ze op te schrijven.

Als je zin krijgt om te gaan “journalen”, begin gewoon. Een pen, een schrift (bijv. Atlanta 1012-241), bepaal je ritme (dagelijks of wekelijks) en je plek (een rustig hoekje met een tafel), dat is al een goed begin. Vertel je leven, je overwegingen, wat je meemaakt. Vertel het aan jezelf en aan Jezus. Succes!!

Een douchekraan vervangen

Soms kost leven in een andere cultuur je wat meer tijd, geduld en inspanning.

Zoals bij … Een douchekraan vervangen

Hoe gaat dat dan in China. Geen Gamma, geen Praxis, geen gereedschap. Wel de mengkraan van de douche, die er steeds kapotter uitziet. Nog even en hij valt van de muur af en hebben we echt een BAD-kamer. Zo denkt mijn vrouw, Rianne…

 

Dus Rianne stuurt een sms-je naar Klaas. Hij woont met zijn gezin al jaren in onze stad. Hij zal vast wel weten hoe we aan een loodgieter moeten komen. Vraag Mister Nie, is zijn reactie. Dat is niet zo’n goed advies, want Mister Nie houdt zich niet meer bezig met zulke kleine klusjes, hebben we al ontdekt. Maar meteen daarna een tweede sms-je: het kantoortje van jullie XiaoQu (SiauTsjuu = wijk) regelt ook dit soort van reparaties.

 

Dus wij naar het kantoortje. Wel eerst deze foto gemaakt op de 06, zodat we kunnen laten zien wat we bedoelen. En opgezocht in het woordenboek: douche en waterkraan. Ze begrijpen meteen wat we bedoelen: compliment voor ons Chinees. Er gaan twee meneren mee om ernaar te kijken. Dit soort werk wordt altijd in meervoud uitgevoerd!

 

Ja! Ze zijn het er helemaal mee eens. Er moet echt een nieuwe kraan komen. Als wij er nu eentje aanschaffen, dan wil die ene meneer hem wel erop zetten voor ons. Ze leggen luid uit waar ik zo’n kraan kan kopen. Want als je luid genoeg praat dan begrijpt die buitenlander wel wat je bedoelt! ‘Eind van de straat links af en dan doorlopen aan de rechterkant. De eerste grote winkel heet HueiKeJiaTouSe, maar die moet je níét hebben. De volgende is het: SanTjen. Nee, niet djen, ook niet tsjen, maar tjen.’ De eerste meneer schrijft het erbij op mijn BDW, Briefje-met-Douche-en-Waterkraan. En als ik dan zo’n kraan heb, moet ik dit nummer maar bellen, dan komt de gereedschapsman hem erop zetten. Rianne is er niet gerust op. Gaat dit wel lukken?

 

De volgende dag is het zaterdag en hebben we eerst onze Chinese les van KwoFan. Zij helpt graag met dit soort dingen. Ze weet wat de mannen bedoelen en tekent uit waar SanTjen precies ligt. Maar dan wel in spiegelschrift… Misschien kunnen jullie er samen heen, oppert Rianne. Maar dat is beneden mijn stand! Dit moet ik toch zeker wel kunnen. Op de eerste verdieping heb je de kranen, zegt KwoFang nog voordat ze weggaat.

 

Daar ga ik dan. Foto en briefje bij me. Straat uit, linksaf, oversteken naar de rechterkant. Langs Homeprice, Saitsji en héé, de bakker Tsjiengbai komt ook eerst en dan pas SanTjen. Oeps, klein foutje van KwoFang. SanTjen is een verzameling van allemaal kleine, open winkeltjes in een groot gebouw. Ik loop de trap op naar de eerste verdieping, maar vind nergens Gamma-achtige dingen. Na twee keer rondlopen vraag ik het aan een vriendelijke meneer. Hij wijst naar beneden: dáár zijn de kranen. Ach ja, dat is waar ook, bij Chinezen is de eerste verdieping niet één hoog, maar gelijkvloers!

 

Bij de eerste toonbank die voor een verzameling van allemaal nuttige huishouddingen staat, laat ik mijn foto zien en vraag om een douchekraan. De mevrouw kijkt goed: ja die heeft ze wel. Na tien minuten zoeken tussen allemaal opgestapelde en op voorraadplanken geplaatste dingetjes, zegt ze: ‘nee, toch niet.’ Ik moet maar even doorlopen, want daar (wijst ze) is nog zo’n winkeltje. De mevrouw van het volgende winkeltje is heel vereerd met een buitenlander als klant. Ze heeft allerlei  kranen, maar net even anders dan die ik nodig heb. Dus ze neemt me mee naar een volgend winkeltje en ja hoor, daar vinden we een passende douchekraan! Ik betaal 160 yuan (net geen €19,=) en loop met een gelukkig gevoel weer de twintig minuten terug naar huis.

 

De reparatieman is die zaterdag nog bezig, maar kan wel zondagmiddag komen. Natuurlijk komen ze weer met z’n tweeën. De tweede man zet de hoofdkraan uit en kijkt of alles goed gaat. De reparatieman sleutelt de kapotte douchekraan eraf en de nieuwe erop. Gepiept in vijf minuutjes! Dat kost me dan … 20 yuan – twee euro dertig.

 

Na vier dagen om deze dingen uit te zoeken, met hulp van vier mensen en drie winkeltjes hebben we dan voor €21,30 KIJK: een nieuwe douchekraan. Laat de warme zomerdagen nu maar komen. Wij en onze douchekraan zijn er klaar voor!! Levend in een vreemde cultuur.

G1: Simme-same-somps

Begin jaren zestig van de vorige eeuw. De brievenbus in de voordeur van mijn ouderlijk huis in Utrecht klepperde. Met de mond er vlak voor riep de stem van een jochie van een jaar of vijf: “Mimmie! Mimmie!!! Gaan we Simme-same-somps??!!” Een bericht voor mijn jongste broer Wimmie, of er ‘Kindersamenkomst’ was.

 

Mijn moeder regelde dat op de woensdagmiddag om half drie. Voor veel buurkinderen uit onze eigen straat en de straat erachter vertelde ze bijbelverhalen. En we zongen! Kinderliedjes waarbij ik gitaar speelde. “Lees je bijbel, bid elke dag.” En ook in het Engels: “Read your bible, pray every day.” Met de gebaren erbij van lezen en handen samen voor het bidden. De basis van het Christelijk leven. Prachtig, vonden die kinderen dat. Vooral in het Engels en Frans. Dat zouden ze wel eens op school laten horen. Van de Kindersamenkomst. Knap hè!

 

Dus, de basis van het leven als christen. Bijbellezen, dat staat al op dit blog. Voor bidden heb ik meer ruimte nodig. Gebed is de sleutel tot Gods hart, dat al helemaal open staat voor ons. De deuropening (zeg maar…) van Gods hart is Jezus Christus. Hij wijst ons de weg naar het innerlijk van God. Dat innerlijk is Gods wezen, wie Hij is. In één woord: God is liefde (1Joh.4:8). Bidden is het aangaan en onderhouden van een voortdurende en groeiende liefdesrelatie. God begint ermee. Zijn hart stroomt over van liefde. Zijn liefde zoekt jou en zoekt mij en nodigt uit om te reageren. Hij nodigt je uit om naar binnen te gaan en je helemaal thuis te voelen. Thuis is waar je behoort te zijn, waarvoor je bestaat. Het is de bestemming waarvoor je geschapen bent. Omgaan met God.

 

Op een dag liep een vriend van mij met zijn driejarig zoontje door het winkelcentrum. Maar het kind had een slechte bui en was gewoon dreinerig en vervelend. De vader raakte geïrriteerd en deed van alles om het kind rustig te krijgen, maar niks hielp. Toen kreeg de vader een bijzondere ingeving. Hij pakte zijn zoontje op, drukte hem dicht tegen zich aan en begon zachtjes en spontaan een liefdeslied te zingen. Het rijmde niet. Het klonk zelfs vals. Maar het kind werd rustig en luisterde stilletjes naar wat zijn vader over hem zong. “Ik ben zo blij, dat jij mijn jochie bent. Je lacht zo leuk. Je maakt me blij. Ik houd van jou.” Toen ze klaar waren met winkelen, liepen ze terug naar de auto. En toen de vader zijn zoontje in de kinderstoel zette, zei het: “Zing dat nog eens, Papa. Zing dat liedje nog eens voor mij!” (van Richard Foster in ‘Gebed’ blz.16)

 

Gebed is net zo. We laten ons door God oppakken en in zijn armen nemen. We laten Hem zijn liefdeslied voor ons zingen. En wij geven antwoord.

 

“Des daags (=overdag) zal de Here zijn goedertierenheid gebieden en des nachts zal zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God des levens” – Psalm 42:9 (NBG)

“De Heer, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen”- Sefanja 3:17 (NBV)

Even geduld aub

Met Geduld

Kunnen we nog  afwachten, met geduld?

Geduld is geen woord van onze tijd. Wij voelen meer voor ‘onmiddellijk’, snel, meteen. Wachten geeft irritatie. Geen tijd – geen geduld. Wat zegt de bijbel hierover? Een korte woordstudie

Geduld in het Grieks is hupomone.

Dat betekent letterlijk – er onder blijven: hupo is onder en meno is het werkwoord (ver-)blijven.

Het is een onderdeel van de vrucht van de Geest: Gal.5:22 – De vrucht van de Geest is echter:

Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

Passief geduld

Geduld kan passief zijn en wordt dan vertaald als volharding of verdraagzaamheid.

* Bij vervolging: Luk.21:19 – door uw volharding zult u uw leven verkrijgen.

* Bij spanning in het dienen van God: 2Kor.6:4 – Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaren van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden,

* Bij correcties van God: Hebr.12:7 – Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen.

Actief geduld

Geduld kan ook actief zijn en kan dan vertaald worden als volharden, volhouden, doorzetten.

* Bij volharden om het goede te doen: Rom.2:6,7 – Die ieder vergelden zal naar zijn werken, namelijk hun die met volharding het goede doen.

* Bij vrucht dragen: Luk. 8:15 – En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden en in volharding vruchten voortbrengen.

* Bij het rennen van de geloofsrace: Heb. 12:1b – En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt.

Volwassenheid en uitrusting

Geduld draagt bij aan de volwassenheid van de christen:

Jak.1:4 – Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht en in niets tekortschiet.

En ook draagt geduld bij aan de uitrusting van de christen die met Christus zal regeren:

2Tim.2:12 – Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren.

Volharding en geduld

Daarom bidt Paulus ook om geduld en volharding voor de gelovigen in Kolosse.

1Kol.1:11 – terwijl u met alle kracht bekrachtigd wordt, overeenkomstig de sterkte van zijn heerlijkheid, om met blijdschap in alles te volharden en geduld te oefenen.

Blijdschap en geduld – in alles!

Het geduld van Christus

Johannes noemt zichzelf een deelgenoot in de volharding (hupomone) van Jezus Christus, Opb.1:9

Ook spreekt de Bijbel over het geduld van Christus:

2Thess.3:5 – En de Heere moge uw harten richten op (letterlijk: ingaan in) de liefde van God en op de volharding (of het geduld, hupomone) van Christus.

Met dit geduld kan worden bedoeld:

* het geduldig (en vasthoudend) wachten op de wederkomst van Christus

* het geduldig (en volhardend) ondergaan van het lijden, zoals ook Jezus Christus deed bij zijn lijden door het kruis te verdragen en de schande te verachten, Hebr.12:2

* geduldig te zijn in de hoop, de verwachting van de doorbraak van Gods koninkrijk, zoals ook Jezus Christus dat doet volgens Hebr.10:13 – Verder wacht Hij op het tijdstip dat zijn vijanden tot een voetbank voor zijn voeten gemaakt worden.

Zodat 2Thess.3:5 ook gelezen kan worden als:

De Heere onderwijst u en maakt dat u dit kunt:

liefde te tonen zoals God liefde toont en geduld te hebben, zoals Christus geduldig is.

Een geduldige landbouwer

De vrucht van het zaad gaat door een tijd van zaaien, ontkiemen, groei en oogst.

De landbouwer weet daarvan.

Hij verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld:

Jak.5:7 – Wees daarom Makro-geduldig, broeders!

Tot slot: Psalm 130:5 – Ik verwacht de Heere, mijn ziel verwacht Hem; en ik hoop op Zijn woord.

Mijn ziel wacht op de Heere.

Met geduld.

 

De Bijbel lezen

Op 8 januari, vrijwel aan het begin van het jaar, las ik een interview met John Piper over bijbel lezen. Hij brak daarin een lans voor het rooster van de Navigators. Hoe houd je het vol, was de vraag. Een jaar lang elke dag een stuk uit de bijbel lezen. Hij gebruikt dit rooster al een aantal jaren!! En het bevalt hem goed. Ik las verder en het maakte mij enthousiast om hier ook mee aan de slag te gaan.

Voor zijn motivatie haalt hij drie teksten uit de bijbel aan. Hij zegt, het is niet een wet, die mij dwingt, maar een verlangen diep in mij, zoals dorst hebben: ‘verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt.’ 1Petrus 2:2 (NBV). De tweede tekst: Jacobus 1:21 (HSV) – ‘ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante woord, dat uw zielen zalig kan maken.’ De derde tekst staat in Johannes 6 (NBG). Eerst in vers 63: ‘De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven’. En in vers 68, daar zegt Petrus tegen Jezus: ‘Tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’ De woorden van Jezus en van God zijn voor ons Christenen ons leven.

Piper besluit zijn betoog met een getuigenis: ‘Mag ik hier aan het begin van dit jaar mijn getuigenis geven. Ik houd er van om vroeg in de ochtend op te staan, mijn kop met hete thee te pakken in de winter, in mijn stoel voor een uur te zitten en samen te zijn met Jezus, de levende Vorst van het Universum, in vier verschillende plaatsen in de Bijbel. Het is mijn leven. Kan ik dat nog een keer zeggen? Het is mijn leven. Mag God ook voor jou het zo maken, dat je ervaart dat zijn woord je leven is.’ Zie http://www.desiringgod.org/interviews/a-new-year-a-new-bible-reading-plan

Ik dacht: dat wil ik meemaken en ik begon ermee op 8 januari. Het schema houd ik in het midden van mijn bijbel, bij de psalmen. Ik heb in het begin extra gelezen en ook extra op de dagen na 25 januari. Want het schema doet van elke maand 25 dagen. Steeds heb je ruimte om bij te trekken als je een drukke dag hebt gehad. Ik lees nu in Mattheüs, Handelingen, Psalmen en (na Genesis) in Exodus. Het is prettig om kruisjes te zetten, wanneer je ergens doorheen bent gegaan. Het bevalt me al goed, na de eerste maand. Net als John Piper. Een goede manier om de Bijbel te lezen, in één jaar.

Het verhaal van de steen …

Er was eens een steen

Hij (of is het zij …? Neu, … nee: … HIJ!).

Hij was een hoekige, mooie steen

Net uit de fabriek gekomen

Mooie kleur

Goeie structuur

Een echte bouw-steen

Hij bekeek zichzelf in de waterspiegel van het Merwedekanaal en zei: ‘Ik zie er goed uit. Goede vorm, mooie kleur, prima structuur. Ja! Wat zal ik schitteren boven de ingang, boven de deur!’

Hij werd vastgepakt en in een kruiwagen gegooid. maar ergens vond hij het vanzelfsprekend, dat hij bovenop lag. En hij dacht: ‘Zie je wel. Ik ben iets bijzonders!’

De kruiwagen werd verderop gereden en omgekieperd. Alle stenen buitelden met veel geraas over elkaar. En toen lagen ze stil. En ja, vanzelfsprekend: De mooie steen lag weer bovenop.

In de nacht droomde de steen. Hij kreeg pootjes. Hij droomde dat hij van de steenhoop af stapte. Hij liep door naar het bouwterrein. Daar klom hij op de eerste steiger. Hij liep langs het cement, hoekje om.

Ah – daar was de voorgevel. Dat was zo duidelijk als wat. De voorgevel. Voor hem. Hij ging naar de deur, klom langs de deurpost naar boven en ging precies in het midden liggen. Midden-boven, dat was zijn diepste verlangen, al lag er verder nog niets.

De steen schrok wakker, doordat een hand hem vastpakte. “Wat een mooie hoekige steen,” zei een stem. En pats daar werd een deel van de steen er afgehakt.

Hij kreeg bovenop een plakkerige laag cement. Toen werd hij gelegd op nog meer nat en plakkerig cement. Precies op de hoek. Zijn mooiste hoekige kant stak trots een beetje uit. Daar kreeg hij een klap op. Toen paste hij mooi in het geheel.

Ook al was hij geen complete steen meer … Hij kon heel goed de steen boven hem steunen. En die daarboven en naast hem en onder hem. Uiteindelijk was hij een verbindend deel van twee muren. En samen met de andere stenen vormde hij een prachtig gebouw.

Vaak bleven de mensen staan om de bouwstijl van het huis te bewonderen. En ze spraken over de eigenaar, die zo’n goede smaak had. En over de aannemer die zo kundig gebouwd had. En als de steen dat hoorde? Dan glom hij van trots. Want let op: hij was wel een onderdeel van dat prachtige huis!

Door hem hadden de mensen bewondering voor de eigenaar en de aannemer.

Zo droeg hij zijn steentje bij.

Taxi-gesprekje

Ochtend.
We staan aan de rand van de rijweg.
Wat gaat het worden: bus (is nog ver weg) of taxi? Daar komt er één.
Een zwaai met de arm.
Ah, mooi. Deze taxi is leeg en hij stopt!
We stappen in.
‘Waarheen?’
‘Naar de vierde middelbare’.
De taxichauffeur denkt even na.
‘Aah, de vierde middelbare. Weet ik.’
Dat is Middelbare School Nummer Vier, waar onze school een verdieping huurt. Middelbare Scholen hebben geen naam hier, maar een nummer. De chauffeur bedenkt even welke route hij gaat nemen. In de ochtend is er overal wel file.
‘U spreekt heel goed Chinees.’ Ik heb alleen nog maar de bestemming gezegd. Een paar woorden.
Standaard antwoord is: ‘Nali nali’. Het stelt niks voor.

Soms blijft het daarbij, maar vaak gaat het gesprek dan verder. En na een minuut of tien weet deze taxichauffeur allerlei dingen van ons. Welk land – Holland. (oh, dat is lastig. Maar Europa kennen ze wel). Kinderen – vijf. Zooo! Zijn die hier? Nee in Holland. O, hoe oud zijn ze dan? Ben je toerist? O, wat voor werk, zeker leraar? Jazeker. Wat voor salaris? Daar praten wij westerlingen niet over. Heb je een huis hier? Ja. Gekocht of gehuurd? Gehuurd. O, hoeveel huur betaal je? Daar praten wij westerlingen…. Hoe lang woon je hier? Twee jaar!? En dan zo goed Chinees spreken? O, in Taiwan geleerd. Eet je Chinees of Westers? Ben je aan het weer gewend? Hoe oud ben je? Nou ja, daar wil ik eigenlijk niet mee te koop lopen. Dus soms ben ik een jaar of tien jonger en soms ben ik net zestig. Zestig? Dan zijn wij al met pensioen. Waarom werk je hier dan? Tsja, ik vind het gewoon leuk om hier te leven. O… Ik ga met pensioen als ik 55 ben. En hoe oud is je vrouw? Daar praten wij westerlingen niet over…!

Er rijden veel taxi’s rond op zoek naar een klant. Groene wagens met een rood lampje op het dashboard als ze vrij zijn. Zo gauw de klant zit wordt het lampje omgeklapt en begint de meter te lopen. De heenweg naar school in de vroege ochtend kost ons zo’n 13 kwai (€1,50), terug naar huis is er minder file en valt het goedkoper uit. De taxi van vanochtend heeft een boeddhabeeldje op zijn dashboard en een kralenketting voor gebeden. Aan het spiegeltje hangt een xiaobao (zeg: sjaubau): een klein zakje met spreuken en as van offers om bescherming te geven in het verkeer. De meeste andere taxi’s hebben dat niet, als de chauffeur een Chwee is. Een grote minderheid hier, die Moslim zijn.
Soms hebben we echt een leuk gesprek, doordat we (ik vooral) ook weer tegen vragen ga stellen. Zoals die ene keer met die jonge Chwee-chauffeur. Zijn vader was net zo oud als ik en was aan het sparen om naar Mekka te gaan. Voordat we uitstapten wilde hij heel graag een foto van ons nemen met hem samen.

En die andere keer, toen die vrouwelijke chauffeur zo opgelucht was dat we Chinees spraken. Want ja – Engels spreekt hier vrijwel niemand van de groene wagen rijders.

De zin van de zin

Bijbellezen is als een goede maaltijd gebruiken.

We verwachten iets dat voedzaam is, iets stevigs, iets dat past bij ons niveau, de dingen waar we mee bezig zijn. Maar vaak vinden we babyvoedsel. Teleurstellend. En dat ligt niet aan de bijbel, want die zit vol goede en stevige kost. Het ligt aan ons zelf. We moeten leren om niet aan de oppervlakte te blijven.

Als je na het eerste lezen van een tekst direct naar de toepassing gaat, blijf je vast zitten aan je eerste begrip van de tekst. De tekst blijft vlak en saai. Maar de bijbel is niet vlak en saai! Voor boeiende, opbouwende, aansprekende gedachten moet je de schatten uit de mijn halen. Die mijn zit vol met goud. Je kunt wel een beetje rondlopen, wat stof wegvegen en denken: zo, nu heb ik alles. Maar er is veel meer! Neem de moeite om door te gaan, verder te zoeken. Dat is hard werk, maar zo wordt je bijbel een bron van kracht en diepte voor je geloof. Je blijft niet bij babyvoedsel, maar je vindt stevige kost.

Dalen we af naar de mijn. De bijbel heeft 66 boeken. Boeken bestaan uit hoofdstukken en perikopen en die zijn weer opgebouwd uit verzen of bijbelteksten. De bijbeltekst heeft een betekenis in dat geheel van de boodschap. Een bouwsteentje, dat zelf weer is opgebouwd uit de onderdelen van elke zin. Werken in deze goudmijn betekent zoveel mogelijk details verzamelen. De toepassing of interpretatie leggen we even opzij. Eerst zien wat de tekst gewoon zegt. De zin van de zin ontdekken.

Daarvoor lezen we de tekst nog eens en nog eens en let je op details. Zo veel mogelijk details. Neem er de tijd voor. Elke zin heeft tientallen onderdelen voor je. Zoek, lees, kijk, schrijf de dingen op. Lees nog eens. Vind er nog een paar. Niet te gauw opgeven. Je breekt de tekst open, je graaft diep. Schrijf of print de tekst. Onderstreep, omcirkel, gebruik kleuren, trek lijnen. Onderzoek een woord op betekenis, op gebruik en de plaats in de zin. Leg verband tussen de woordjes in de zin. Waarom staat dat woord daar. Wat is de functie van dat voegwoord. Welke actie staat hier (werkwoord) en door wie wordt dat gedaan (onderwerp). Is er een doel, een oorzaak, een tegenstelling, een overeenkomst. Onze enige vraag is: wat zegt deze tekst eigenlijk. Wat is de betekenis.

In bijbelstudie ga je geregeld heen en weer. Je leest het grotere deel (paragraaf, hoofdstuk, het hele verhaal) om een goed overzicht te hebben.Hier zijn we bezig op micro niveau: werken met de kleinere delen om de bouwstenen (de zinnen) goed te begrijpen.

De zin van de zin begrijpen…

Knikje-ja

Hij kwam binnen met een begeleidster. Grote, zware kerel. Jaar of achttien. Capuchon op. Schouders opgetrokken. Ogen op de grond gericht. Eén en al gespannenheid.

Zij liep meteen naar ons toe met een papier. Ze mocht officieel erbij zijn en ging schuin achter hem zitten. Toen hijzelf zat keek hij schichtig om, ter controle of ze er wel zat. Zijn veiligheid.

Mijn collega schraapte zijn keel. Hij las hardop het titelblad van het verslag, heette hem welkom en stelde de eerste vraag. Hoe heet het bedrijf waar je hebt stage gelopen? De grote, zware jongeman kromp in elkaar, barstte in snikken uit, stond abrupt op en liep huilend naar de deur. Ik kan het niet! Meteen liep zijn begeleidster achter hem aan. Met sussende woorden hield ze hem in het lokaaltje, steeds omkijkend en vragend knikkend naar ons. Wij zaten aan onze stoel genageld. Knikten haar vriendelijk toe. Laten we het nog eens proberen.

Ik overlegde met mijn collega. Hij was regulier, ik speciaal. Een combinatie die vaak wordt gemaakt bij de staatsexamens. Zal ik de vragen stellen. Is oké. Bij intuïtie voelde ik: stel ja- en nee-vragen en laat hem met hoofdbeweging antwoorden. Dan hoeft hij niet te praten en krijgt hij zwart-witte, concrete vragen. Dat is wat het begeleidend schrijven zei: autisme, stel concrete, gesloten vragen.

De begeleidster kreeg het voor elkaar. Hij zat weer voor ons aan het tafeltje. Nog meer in elkaar gedoken. Ogen op de grond.  Ik stelde hem mijn aanpak voor en vroeg of hij dat aan kon. Knikje-ja. Dus je hebt bij De Boer stage gelopen. Knikje-ja. Volgende vraag. Nee-schudden. Weer een vraag. Knikje-ja. En zo verder. Langzamerhand ging hij meer rechtop zitten. Tegen het eind keek hij me zelfs even snel aan. Opgelucht het lokaaltje uit met een half opgeluchte, half nog steeds bezorgde begeleidster. Hoe zouden de heren het beoordelen?

Nou dat is dik onvoldoende. Zei Regulier. Welke vragen heeft hij fout beantwoord dan? Vroeg Speciaal. Gaan we zijn stress of beperking beoordelen? Dus als we dat wegstrepen wat houden we dan over? Brug slaan tussen Regulier en Speciaal Onderwijs. Gaat de leerling er over naar een certificaat? Regulier ging akkoord: klein zesje voor maatschappijleer.

In de gang overtrad ik de regels. Een geruststellend knikje-ja. Komt goed – tegen de begeleidster. Ik weet van mezelf hoe intens we meeleven met onze bijzondere leerlingen.

Leraren Speciaal Onderwijs.