G1: Simme-same-somps

Begin jaren zestig van de vorige eeuw. De brievenbus in de voordeur van mijn ouderlijk huis in Utrecht klepperde. Met de mond er vlak voor riep de stem van een jochie van een jaar of vijf: “Mimmie! Mimmie!!! Gaan we Simme-same-somps??!!” Een bericht voor mijn jongste broer Wimmie, of er ‘Kindersamenkomst’ was.

 

Mijn moeder regelde dat op de woensdagmiddag om half drie. Voor veel buurkinderen uit onze eigen straat en de straat erachter vertelde ze bijbelverhalen. En we zongen! Kinderliedjes waarbij ik gitaar speelde. “Lees je bijbel, bid elke dag.” En ook in het Engels: “Read your bible, pray every day.” Met de gebaren erbij van lezen en handen samen voor het bidden. De basis van het Christelijk leven. Prachtig, vonden die kinderen dat. Vooral in het Engels en Frans. Dat zouden ze wel eens op school laten horen. Van de Kindersamenkomst. Knap hè!

 

Dus, de basis van het leven als christen. Bijbellezen, dat staat al op dit blog. Voor bidden heb ik meer ruimte nodig. Gebed is de sleutel tot Gods hart, dat al helemaal open staat voor ons. De deuropening (zeg maar…) van Gods hart is Jezus Christus. Hij wijst ons de weg naar het innerlijk van God. Dat innerlijk is Gods wezen, wie Hij is. In één woord: God is liefde (1Joh.4:8). Bidden is het aangaan en onderhouden van een voortdurende en groeiende liefdesrelatie. God begint ermee. Zijn hart stroomt over van liefde. Zijn liefde zoekt jou en zoekt mij en nodigt uit om te reageren. Hij nodigt je uit om naar binnen te gaan en je helemaal thuis te voelen. Thuis is waar je behoort te zijn, waarvoor je bestaat. Het is de bestemming waarvoor je geschapen bent. Omgaan met God.

 

Op een dag liep een vriend van mij met zijn driejarig zoontje door het winkelcentrum. Maar het kind had een slechte bui en was gewoon dreinerig en vervelend. De vader raakte geïrriteerd en deed van alles om het kind rustig te krijgen, maar niks hielp. Toen kreeg de vader een bijzondere ingeving. Hij pakte zijn zoontje op, drukte hem dicht tegen zich aan en begon zachtjes en spontaan een liefdeslied te zingen. Het rijmde niet. Het klonk zelfs vals. Maar het kind werd rustig en luisterde stilletjes naar wat zijn vader over hem zong. “Ik ben zo blij, dat jij mijn jochie bent. Je lacht zo leuk. Je maakt me blij. Ik houd van jou.” Toen ze klaar waren met winkelen, liepen ze terug naar de auto. En toen de vader zijn zoontje in de kinderstoel zette, zei het: “Zing dat nog eens, Papa. Zing dat liedje nog eens voor mij!” (van Richard Foster in ‘Gebed’ blz.16)

 

Gebed is net zo. We laten ons door God oppakken en in zijn armen nemen. We laten Hem zijn liefdeslied voor ons zingen. En wij geven antwoord.

 

“Des daags (=overdag) zal de Here zijn goedertierenheid gebieden en des nachts zal zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God des levens” – Psalm 42:9 (NBG)

“De Heer, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen”- Sefanja 3:17 (NBV)